In dit blog nemen we je mee naar de kribvakken van de IJssel, in de periode dat de snoekbaars weer op trek gaat. We kijken naar het lezen van stroming en structuur, het vissen met grote shads en waarom een lichte loodkop langs de krib vaak beter werkt dan je zou denken.
Zodra het water afkoelt en de eerste herfstdepressies over het land trekken, verandert er onder water meer dan de meeste denken. De witvis zoekt de luwte en het diepere water op, en de snoekbaars gaat mee. Voor de kantvisser is dit misschien wel de mooiste periode van het jaar: de vis concentreert zich, is beter te lokaliseren en staat vaak op werpafstand vanaf de kribben.
De trek: wat gebeurt er onder water?
De term "snoekbaarstrek" klinkt spectaculairder dan hij is. Er zwemt geen leger snoekbaarzen in één keer stroomafwaarts. Wat er wel gebeurt: naarmate de watertemperatuur zakt richting de tien graden, verlaat de snoekbaars zijn verspreide zomerstekken en verplaatst hij zich richting plekken waar hij het hele koude seizoen kan blijven. Diepere gedeelten, buitenbochten, havenmonden en de aanzuigende stroming bij nevengeulen en zijwateren.
Die verplaatsing gaat stapsgewijs en volgt de prooivis. Zoek je de blankvoorn, dan zit je meestal goed. Concreet betekent dat: waar in september nog over honderden meters kribvak verspreid vis zat, staat in oktober en november alles compact op een handvol plekken. Vind je zo'n plek, dan kan het hard gaan. Vind je hem niet, dan vis je een halve dag over leeg water.
Houd daarom twee dingen in de gaten voordat je de deur uitgaat: de watertemperatuur en de waterstand. De afvoer bij Lobith bepaalt hoe hard de IJssel stroomt en dus waar de vis staat. Bij lage afvoer schuift de vis naar de diepere geul en de kribkoppen, bij oplopend en troebel water zoekt hij juist de luwte áchter de krib op. Beide situaties zijn te bevissen, maar niet met dezelfde aanpak.
Locatie: kribvak, kribkop en stroomnaad
De IJssel is een cadeautje voor de kantvisser. De kribben verdelen de rivier in honderden kleine, overzichtelijke plekken en je kunt ze allemaal lopend afwerken. Toch vissen veel mensen een kribvak verkeerd: ze lopen naar de punt van de krib, gooien zo ver mogelijk de rivier op en gaan na tien worpen door naar de volgende.
De plekken die je systematisch wilt afvissen:
De stroomnaad bij de kribkop. Daar botst het hoofdstroom-water op het stilstaande water van het kribvak. Die naad is zichtbaar aan het oppervlak en fungeert als transportband voor voedsel. Snoekbaars ligt er net onder, aan de rustige kant.
Het diepere gat achter de kop. Uitschuring zorgt hier vaak voor een paar meter extra diepte. Klassieke winterstek.
De steenstort langs de krib zelf. De overgang van steen naar zand of slib is een structuurrand op zich. Aanbeten komen hier regelmatig letterlijk voor je voeten, in de laatste meters van je binnenhalen.
De achterkant van het kribvak. Ondiep, aangeslibd, in de zomer kansloos, maar bij troebel water en in de schemer een echte jachtzone.
Overgangen en obstakels. Een ingestorte oever, een boomstam tussen de stenen, een uitstroom, de kop van een strekdam: alles wat de eenvormigheid doorbreekt, houdt vis vast.
Werk een kribvak dus af als een schaakbord: eerst de naad, dan het gat, dan de stort, dan de ondiepte. En vis elke worp helemaal uit tot aan je schoenen.
Grote shads in het najaar
In het voorjaar en de zomer kom je een heel eind met shads van 10 tot 12 centimeter. In het najaar mag het formaat omhoog. Daar zijn twee redenen voor.
Ten eerste is de prooivis uitgegroeid. De voorn van dit jaar is geen 3 centimeter meer maar 10 tot 15. Een grotere shad past simpelweg beter bij wat er zwemt.
Ten tweede is water in de herfst vaak troebel. Een shad van 15 tot 19 centimeter met een stevige paddletail zoals een Westin Shadteez verplaatst veel meer water en is over grotere afstand waarneembaar via de zijlijn van de vis. Je vist er bovendien selectiever mee: de kleinere vis reageert er minder op, waardoor je gemiddelde maat omhooggaat.
Neem wel beide profielen mee. Een klassieke shad met body en grote staart bij troebel water of stroming, en een slanker model Savage Gear Slender Scoop of een V-tail zoals een Nays SPLT voor de dagen dat de vis passief is en een rustiger aanbieding wil. In troebel water werken felle kleuren als fluo-geel, chartreuse en wit doorgaans het beste; klaart het water op, schakel dan naar natuurlijk: bruin, olijf, zilver en zwart.
Een stinger achteraan is in deze periode geen overbodige luxe maar blijft een persoonlijke voorkeur. Snoekbaarzen pakken een grote shad regelmatig alleen bij de staart.
Lichte loodkoppen langs de krib
Dit is voor veel vissers de grootste eyeopener van deze visserij. In een rivier grijp je instinctief naar zwaar lood, maar in het kribvak staat het water grotendeels stil. Met 28 gram ploft je shad als een baksteen naar beneden en plukt hij zich vast tussen de stenen.
Draai het om: hang onder een shad van 15 tot 19 centimeter een loodkop van 3 tot 7 gram. Zo'n grote shad zweeft dan bijna gewichtloos door het water en de staart blijft werken bij een minimale snelheid. Precies wat een snoekbaars in koud water zoekt: veel calorieën voor weinig moeite. Let wel op de haakdraad, want veel koppen in deze gewichtsklasse zijn gebouwd voor kleine baars-shadjes.
Werp niet zo ver mogelijk de rivier op, maar parallel langs de krib, strak langs de steenstort. Je aas blijft dan de hele binnenhaal in de vangstzone. Werk de krib in banen af: eerst vlak langs de stenen, dan telkens een meter verder de rivier in, tot je bij de naad van de hoofdstroom bent.
Vergeet daarbij het klassieke hoppen. Laat de shad op strakke lijn wegzakken en draai hem daarna rustig binnen, zo langzaam dat de staart net werkt en het aas net boven de bodem zweeft. Af en toe een paar seconden stoppen is de enige variatie die je nodig hebt. De aanbeet voelt zelden als een tik: het aas wordt ineens zwaar, de shad stopt met werken of je lijn loopt zijwaarts weg. Elke onderbreking in het ritme is reden om aan te slaan, hard en direct, want de bek van een snoekbaars is benig.
Te veel stroming of wind voor deze aanpak? Schaal op de kribkop en in de hoofdstroom op naar 14 tot 30 gram en ga alsnog hoppend te werk. Zo licht mogelijk, zo zwaar als noodzakelijk.
Materiaal voor deze visserij
Hengel: een spinhengel van 2,70 meter (9ft) in 10-40 of 15-50 gram. De lengte helpt je om je lijn boven de steenstort te houden en verder te werpen. Gevoelige top, maar genoeg ruggengraat voor de aanslag.
Molen: een stevige spinmolen in maat 3000 of 4000, met een goed werkende slip. Je houdt hem de hele dag vast, dus let ook op het gewicht.
Lijn: gevlochten lijn van 0,10 tot 0,13 mm. Geen rek, direct contact en weinig aangrijpingsvlak voor de stroming.
Onderlijn: ongeveer 80 centimeter fluorocarbon van 0,35 tot 0,40 mm, direct aan de hoofdlijn geknoopt en afgewerkt met een stevige snap. Scherpe stenen en mosselbanken slijten je hoofdlijn genadeloos.
Aas: een doos met shads in twee profielen en drie of vier kleuren, plus loodkoppen van 10 tot 30 gram. Neem daarnaast een paar pluggen mee voor de ondiepere kribvakken in de schemer.
Fishcare: een ruim schepnet, onthaakmat, kniptang en een lange arterieklem. Snoekbaars is kwetsbaar; hanteer hem nat, kort en met beleid.
Veilig langs de kant
De IJssel is geen vijver. Kribstenen zijn spekglad, zeker met natte bladeren of een laagje aanslag erop. Schoenen met stevige grip zijn geen luxe maar noodzaak. Houd daarnaast rekening met de golfslag van passerende schepen: die komt met een vertraging van een halve minuut en kan je zo van een steen tillen.
Vis je door tot in het donker, dan wil je een goede hoofdlamp, warme kleding en een regenjas die echt drooghoudt. Laat thuis weten waar je gaat vissen en houd bij hoogwater ruime afstand van de waterlijn. En vanzelfsprekend: controleer je VISpas en de Gezamenlijke Lijst van Nederlandse Viswateren voor de geldende regels en gesloten tijd.
Tot slot
Snoekbaarzen op de IJssel vanaf de kant is een visserij van kilometers maken en geduld. Je loopt kribvak na kribvak af, je vist ze secuur uit, en op een gegeven moment sta je op de plek waar de trek zich verzamelt. Dan volgen er vaak meerdere vissen achter elkaar.
Wil je advies over de juiste shad-loodkopcombinatie voor jouw stuk rivier, of wil je materiaal in het echt bekijken en voelen? Loop dan eens binnen in ons Experience Center in Apeldoorn. Succes aan de waterkant!
Pelagisch vissen op meerval vanuit de bellyboat is de afgelopen jaren razend populair geworden. En dat snappen we volledig. Je bent wendbaar, manoeuvreert nauwkeurig boven...